Economie

Onze maatschappij draait er op. Het is de manier waarop goederen en diensten worden uitgewisseld. We doen dit al zolang op die manier dat we ons niet eens meer afvragen of dit wel zo handig, eerlijk, natuurlijk is?

Een verhaaltje:

Er was eens een dorpje waar een paar families samen leefden. Wim Wagenmaker was erg handig met hout bewerken en maakte voor Jan de Bakker een mooie kar waar hij zijn brood mee kon bezorgen. Daar was de bakker zeer verrukt mee en voorzag Wim een jaar lang van brood. Met de kar kon de bakker makkelijk tot de landerijen komen waar hij boer Kees en zijn gezin voorzag van allerlei lekkers in ruil voor groenten maar ook melk, eieren en worst. Boer Kees had immers een gemengd bedrijf, zo konden de uitwerpselen van de dieren als mest dienen voor de gewassen en de resten van de gewassen als voer voor de dieren. Er werd niets weggegooid. Zo kon iedereen in het dorp bestaan en werden ambachten van vader op zoon, van moeder op dochter overgedragen.

Nu was het een tijd waarin banken en verzekeringsmaatschappijen nog geen plaats hadden, maar daar hadden de mensen een oplossing voor. Veel kinderen was de beste verzekering voor de oude dag en daar was de pastoor het mee eens ;-). Zo groeide het dorp in enkele generaties uit tot een stad. Inmiddels was boer Kees oud geworden en hadden zijn zoons de zaak overgenomen. Maar er was meer veranderd. Het ruilen had plaatsgemaakt voor geld en de duwkar was vervangen door de vrachtwagen. Ook de tractor had zijn intrede gedaan. Dit betekende vrije handel en concurrentie vanuit de wijde omgeving. Wie een tractor had kon goedkoper produceren, maar om met een tractor te kunnen werken was een groter stuk grond nodig en er was geen tijd meer om je met andere zaken bezig te houden. Het gemengde bedrijf werd verkocht aan een projectontwikkelaar want het landje dat ooit ver buiten het dorp lag grensde inmiddels aan de stad. Vader kon op de achterhelft van de boerderij blijven met nog een paar honderd vierkante meter er omheen om wat te kunnen hobbyen met zijn tuin en de kippen. Voor de koe en het varken was geen plek meer. De zoons werden landbouwer, varkenshouder en kippenhouder. Ze hadden grootste plannen en stapten ieder naar hun tante Agaat die nog wat centjes achter de hand scheen te hebben. Helaas, na het omkeren van haar oude sok moest ze concluderen dat dit ruimschoots onvoldoende was om de jongens te helpen. Dus vervoegden ze zich tot de boeren leenbank die zich pas in de plaats had gevestigd. Gelukkig bleken ze daar enthousiast en wilden de jongens graag helpen. Ze kregen ieder het geld te leen dat ze wilden en hoefden alleen maar te tekenen dat ze iedere maand een stukje terug zouden betalen met wat extra want geld lenen bij een bank kost nu eenmaal geld. En of ze ook even een akkoord wilden tekenen voor schuldbekentenis en overdracht van alle bezittingen mochten ze in gebreke blijven. Gedreven als ze waren tekenen de jongens enthousiast zonder te beseffen dat dit tevens het inschrijfformulier was voor de grote rat race.

Wat gebeurde er: Het bedrijf moest niet langer de monden van de jongens en hun gezin voeden maar tevens die van de bankdirecteur en zijn bediendes. Dus moest er effici├źnt gewerkt worden en veel geproduceerd. Maar ja, in de omliggende dorpen gebeurde hetzelfde en ineens was er meer aanbod dan vraag. De prijs voor het product zakte als een baksteen. Kees junior was inmiddels senior geworden en zijn zoon zat op de landbouwschool en hielp zijn pa zo af en toe op het bedrijf. Bij de economieles hebben we geleerd dat vraag en aanbod de prijs bepalen pa, dus wat we moeten doen om te blijven bestaan is iets gaan telen dat andere niet telen of de kostprijs verlagen en de productie verhogen zodat we toch nog wat overhouden. Nou, da’s mooi zei senior, ik heb al die jaren gewerkt aan wortelen en prei en dat kan ik. Laten we maar een grotere tractor kopen en meer land. De bank en belastingdienst waren het daarmee eens en senior mocht een wat groter stuk van de boterham van mijnheer de bankdirecteur betalen en hoefde minder belasting te betalen omdat hij al zijn winst direct weer investeerde. Nu had senior de les van zijn zoon goed in de oren geknoopt. Hij nam een knecht aan voor het werk en besteedde zelf zijn tijd in administratie en het afgaan van beurzen op zoek naar opties om met nog minder arbeid nog mee,r tegen nog lagere kostprijs te kunnen produceren. Hij moest wel, want de concurrentie was inmiddels uitgebreid van naburige dorpen tot naburige landen.

Enfin, einde van het verhaal is dat senior gebruik maakt van een saneringsregeling en zijn opslagruimten om laat bouwen tot revalidatiecentrum voor landbouwers met een burn out. Zoonlief is een onderneming begonnen in de verkoop van een nieuw merk Koreaanse landbouwmachines.

Toegegeven, het verhaaltje is een wat vereenvoudigd beeld van de werkelijkheid, maar in de kern klopt het. Dat betekent dat het economisch systeem zoals het nu draait niet anders kan dan een keer keihard vastlopen. Velen weten dat, maar willen graag nog wat langer profiteren van het systeem, zoals investeerders, verzekeraars, brandstoffabrikanten (want meer omzet is meer brandstofverbruik) en de regering en belastingdienst (veel omzet is veel belasting en over mensen  in het systeem en zeker mensen met schulden kan je makkelijker macht uitoefenen).

Wachten tot er van bovenaf een oplossing komt lijkt tevergeefs. Zouden we in staat zijn om van onderaf het systeem te verlaten, samen te kiezen voor

lokaal, eerlijk, oog voor elkaar en de omgeving, geven omdat jij je gave ook gekregen hebt, …

Als een blind paard lekker doorhobbelen is geen optie. Je hoeft geen geschiedkundige te zijn om te weten waar een grote crisis op uitdraait.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *